Poëtisch Liedgenootschap
"Tot Innerlijk Bloei"

Poëzie en volksrijmen getoonzet en gezongen door Anton Greefkes

Avondlied

Het zeilschip keert terug uit de Oost. Het is windstil en warm en de zeilen hangen slap aan de mast.
De zon verdwijnt snel achter de horizon.
Dan klinkt een stem en die zingt een lied vol weemoed en verlangen naar huis. De bemanning zwijgt en luistert naar het lied dat klinkt en verklinkt over de schijnbaar oneindige oceaan

Verhaalt van dochter Aaltje
Die steeds maar weinig woog
Misschien is zij nu sterker
En schaats zij op de gracht
Hij krijgt een traan in 't oog
Als zanger daar aan dacht.

Hij zingt ook van zijn Tryntje
Zijn teer beminde vrouw
In armoe moet zij leven
Ondanks het geld wat hij
Voor alle zware arbeid loont
Hier bij de koopvaardij

De V.O.C. moet varen
Van Holland naar de Oost
Het laadt de ruimen vol
Brengt schatten over zee
Veel kosten, veel gevaren
Maar wint daar goudgeld mee

De avond is gevallen
De zon is ondergegaan
Reeds twinkelt in het Oosten
Een ster aan hemels baan
De zanger ziet omhoog
En veegt zijn ogen droog


Tekst en zang: Anton Greefkes

Luister hier