Poëtisch Liedgenootschap
"Tot Innerlijk Bloei"

Poëzie en volksrijmen getoonzet en gezongen door Anton Greefkes

J. C. Bloem

1887 - 1966

Jacobus BloemJakobus Cornelis (Jacques) Bloem werd op 10 mei 1887 te Oudshoorn geboren. Zijn vader was daar burgemeester. Jacques volgde, evenals zijn jongere zusje en broertje, eerst privéonderwijs, voordat hij naar de lagere school in Oudshoorn ging. Zelfs als jongen van een jaar of negen gaf hij al blijk van interesse in poëzie, onder andere door de Franse dichtwerken Ruy Blas van Hugo en Les noces d'Attila van Henri de Bornier in de oorspronkelijke taal te lezen. Na de lagere school bezocht hij vanaf september 1899 de HBS voor jongens in Leiden. Hij nam vanwege de grote afstand tot het ouderlijk huis zijn intrek bij de betrekkelijk jonge geschiedenisleraar J. Kunst. Hij voelde zich in Leiden erg eenzaam en ongelukkig, maar maakte toch veel vrienden. Zijn resultaten op school waren, behalve voor de vakken Frans, Nederlands en geschiedenis, matig tot ronduit slecht, als gevolg waarvan hij de vierde klas moest overdoen en zakte voor zijn eerste eindexamen.

Bloem had absoluut geen zin om zich in te spannen voor zaken waar hij geen aanleg of interesse voor had, een eigenschap die later tijdens zijn vele baantjes ook nog duidelijk naar voren zou komen. Bloem deed de hoogste klas over aan de HBS in Amersfoort, waardoor hij weer thuis kon gaan wonen.
Hij slaagde dat jaar en wilde graag Nederlandse Letteren gaan studeren, maar zijn vader was daar op tegen wegens het tot het leraarschap beperkte maatschappelijk perspectief van neerlandici. Op diens aandringen werd gekozen voor rechten, maar daarvoor moest wel een staatsexamen B worden afgelegd, wat tot twee keer toe mislukte. Hierna nam zijn grootmoeder Bloem het roer over: zij wilde Bloems studie wel financieren - zijn ouders waren hiertoe niet meer in staat wegens een financiële ramp een paar jaar eerder - , maar wenste een strikt regime. De derde keer slaagde Bloem dan ook wel voor het staatsexamen.

J.C. Bloem is één van de grote, klassieke dichters uit onze literatuur.
Zijn werk staat geheel in het teken van het onvervulde verlangen. Een aantal regels uit zijn gedichten wordt vaak gebruikt in toespraken en rouwadvertenties, zoals: ‘Denkend aan de dood kan ik niet slapen, / En niet slapend denk ik aan de dood’ en ‘Altijd november, altijd regen,/ Altijd dit lege hart, altijd.’
Bloem krijgt tijdens zijn leven alle belangrijke literaire prijzen waaronder de Prijs der Nederlandse letteren in 1965, een jaar voor zijn dood.

Van zijn hand verschenen de volgende bundels
Het verlangen. 1921
Media Vita. 1961
De nederlaag. 1937
Enkele gedichten. 1944
Sintels. 1945
Avond. 1950
Afscheid. 1957
Verzamelde gedichten. 1947
Verzamelde beschouwingen. 1950
Keurbundel: Doorschenen wolkenranden. 1950