Poëtisch Liedgenootschap
"Tot Innerlijk Bloei"

Poëzie en volksrijmen getoonzet en gezongen door Anton Greefkes

Het schoonste meisje van Calloo

Julius de Geyter

Ook dit lied behandeld het thema: het meisje dat naar de andere oever van het water wil en zich, genoodzaakt ziet de hulp van een schipper in te roepen.
Al was het maar dat zwemmen geen aantrekkelijke optie is, gezien de gevaarlijke stromingen die daar de Schelde onveilig maken.

In tegenstelling met het meisje van de lieve schipper, gaat het initiatief hier meer uit van het meisje en is zij klaarblijkelijk zeer gesteld op intimiteiten en lijken deze zelfs gewenst.
In ieder loopt ook dit zeer goed af, alhoewel ik mij toch lichtelijk ongerust zou maken, met zo'n vrouw die met een schalkse lach garnalen uitvent.
Is hier voor trouwlustigen het advies, wordt garnalenvisser! van toepassing?
Zelf zou ik wel eerst even informeren of Brussel niet net toevallig vangstbeperkingen heeft ingesteld, waardoor je het bouwen van een huis, plus het stichten van een gezin gevoeglijk kan vergeten.
Én vergeet niet knap en jong te zijn!

De dag nadien kwam zij terug;
Zijn schuit lag reeds te wachten;
Hij nam ze weer op, nu zo krachtig en vlug,
Dat samen zij hartelijk lachten.
Het zonnetje glansde, het watertje blonk;
Hij riemde maar henen en weder;
Ook hij was knap en flink, ook hij was jong en teder…
‘t Was feest op de Schelde; hij zong dat het klonk
Zij viel in zijn armen neder…

Wat was zij flink en mals en mooi,
Dat meisje van Callooi!

Zij bouwden een huisje aan de stroom.
Doch bij de stad wat nader;
Daar woonden zij lustig, en, – was het geen droom?
Daar werden ze moeder en vader.
Hij zeilt nu wat verder, maar vist elke dag;
Zij brengt ons hier garnalen,
Maar waar zij komt en roept, daar gaan de hoofden dwalen..
Die kijkers, dat mondje, die stem en die lach
Doen aller ogen stralen.

Wat is zij flink en mals en mooi, Dat meisje van Callooi!

bron: Mijn Levenswarande

 


Luister hier