De melodieën lijken wel te evolueren, zo in de loop van de jaren
Ik kreeg van mijn ouders,
van ieder mijn part
Van vader mijn schouders
Van moeder mijn hart
Ik vocht om mijn stuiten
Met zuster en broer.
Ik ben van den buiten
Ik ben van den boer
Bij d’eigenste pachter,
Eerst koeier dan knecht
Mijn klakke van achter,
Mijn hoofd immer recht
Zoo dien ‘k om duiten,
En teer op mijn toer;
Ik ben van den buiten.
Ik ben van den boer!
Ik zout en ik zaaie
Ik eg en ik ploeg
Ik mest en ik maaie
Ik zweet en ik zwoeg,
Ik klets op de kluiten
En glets op de moer.
Ik ben van den buiten
Ik ben van den boer
En hebben de zeisens
Gezinderenzind
De mallende meisens
De wagens gepint
Dan zit ik te fluiten
Van boven op ‘t voer:
Ik ben van den buiten,
ik ben van den boer
Meer van René de Clercq
bron: Gedichten
Uitgever: Sijthoff, Leiden