Herman Gorter

1864 - 1924

Herman Gorter

Geboren te Wormerveer, 26 november 1864
overleden te Brussel, 15 september 1927

Voor meer informatie lees de onderstaande inleiding uit het boekje :
De dag gaat open als een gouden roos
een bloemlezing van Herman Gorter.
De inleiding is geschreven door Garmt Stuiveling.
Dit boekje is een uitgave in de Ooievaar -reeks
Amsterdam 1996

 

In de jaren voor 1914, die ook internationaal een steeds dreigender karakter kregen, schiep Gorter zijn epische visioen dat ’ Pan ’ heet. De ontwikkeling van zijn socialistische pozie toont een duidelijke lijn: de ‘Verzen’ van 1903 worden beheerst door de persoonlijke gevoelens van Gorter als socialist; in ’ Een klein Heldendicht’ (1906)zijn het de gedachten en gevoelens van een aantal socialistische arbeiders, die Gorter uitbeeldt in gestileerde vorm; ‘Pan’ evenwel wil meer geven dan het lot van en of het lot van enkelen, ‘Pan’ omvat het leven van llen, de overgang van heel de mensheid naar een socialistische toekomst. In z’n onderdelen is dit werk vol van een episch realisme, zoals bijvoorbeeld de beschrijving van een staking; in z’n bouw echter wordt het beheerst door een lyrische symboliek: het liefdesgeluk van Pan en het Gouden Meisje is de eindelijke eenwording van de Natuur en de Mensheid. Hoe groot de afstand mag schijnen tussen dit visionaire gedicht en de praktische politiek, er is toch een onmiddelijk verband, z onmiddelijk zelfs dat Gorter door het naderen en uitbreken van de oorlog zich gedrongen voelde zijn tekst ingrijpend te herzien. In de eerste oorlogsjaren heeft hij met haast bovenmenselijke inspanning gewerkt, om zijn nieuwe inzichten en verwachtingen potische vorm te geven: de tweede, uitgebreide druk (1916) is niet alleen veel groter, maar ook veel bewogener, onevenwichtiger, gedrevener dan het aanvankelijke gedicht. Dit ongemene, in onze letteren met niets te vergelijken epos is het laatste wat Gorter zelf aan pozie heeft gepubliceerd, ofschoon hij nog tien jaar heeft geleefd. eerst door de uitgave van zijn nagelaten werk zou blijken, hoe actief zijn dichterschap is gebleven en welke motieven speciaal zijn lyriek hebben beheerst.
De schokkende gebeurtenissen uit de tijd vor de eerste wereldoorlog zijn door die van de oorlog zelf en de jaren daarna nog grotelijks overtroffen. De moord op Jaurs, de inval in Belgi, de ineenstorting van de socialistische internationale, het vreselijke lot van honderdduizenden jongemannen op de slagvelden; daarna de komst van de door Gorter voospelde revoluties in Rusland, in Oostenrijk, in duitsland; de gruwelijke dood van zijn geliefde en bewonderde geestverwanten als Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg; de diepe ontgoocheling toen Lenin, met wie hij in Zwitserland bevriend was geraakt; het Westeuropese communisme dwong tot politieke richtlijnen, die Gorter theoretisch onaanvaardbaar en praktisch onuitvoerbaar achtte. In 1920 ging hij naar Rusland om te proberen de leiders van de Derde Internationale, en speciaal Lenin, persoonlijk te overtuigen van het verkeerde van hun taktiek ten aanzien van het Westen. Op een schip dat Russische krijgsgevangene repatrieerde, werd Gorter met drie leden van de Duitse K.A.P. als verstekeling verborgen in een kleine laadruimte. de zeereis, alsook de doortocht door de Baltische staten, was levensgevaarlijk. na vele besprekingen hield Gorter, op het grote congres van de Derde Internationale te Moskou een laatste bezwerende rede, maar tevergeefs. Ontgoocheld en uitgeput keerde hij langs dezelfde hachelijke weg naar huis terug. Hij wist nu dat ook het Russisch communisme niet de vrijheid voor arbeidsklasse zou brengen. Toch betekende deze mislukte tocht naar Moskou positieve winst. Vereenzaamd wat zijn politiek betreft, met maar weinig medestanders, zag Gorter helder de nieuwe weg die gevolgd moest worden: die van de Arbeidsraden. Maar hij wist dat de weg te lang was, en dat hijzelf het einddoel niet meer bereiken zou.
Het kan nauwelijks verwonderen, dat al deze grote en voor Gorter aangrijpende gebeurtenissen hun weerslag hebben gevonden in zijn werk. In honderden kleine en grotere gedichten heeft hij aan zijn ontroeringen, van teleurstellingen soms, van geestkracht vaker, uitdrukking gegeven; maar zo lang hij leefde zijn enige bundels daarvan niet anders dan in enkele exemplaren priv gedrukt. Eerst door uitgave van zijn verzameld werk in acht delen is het mogelijk geworden de dichterlijke levensgang te overzien.
Het is duidelijk dat Gorters kunst twee facetten heeft, al van de aanvang af. het ene wordt gekenmerkt door de telkens weer beproefde samenvattende verbeelding, waarin alles zal worden uitgedrukt, heel de levensbeschouwing, heel de ontwikkelingsgang van mens en mensheid. dat is de lijn die al voor “Mei” in het jeugdwerk ‘Lucifer’ begint, dan via ‘Mei’ en de Balder-fragmenten zich voortzet met ‘Een klein Heldendicht’ en ‘Pan’- 1912 tot het enorme boek’pan’ 1916 daarna nog loopt langs de ‘Arbeidsraad’1925’ en tenslotte eindigt in de onvoltooide fragmenten uit de nalatenschap, die voor het eerst werden gepubliceerd in het achtste deel van zijn ’ Verzamelde Werk. Het is de lijn van de monumentale, de wijgerige, de visionaire, de naar-de-wereld-gekeerde Gorter, die met zijn kunst wat voor de mensen wil doen en wil zijn.

Garmt Stuiveling