Poëtisch Liedgenootschap
"Tot Innerlijk Bloei"

Poëzie en volksrijmen getoonzet en gezongen door Anton Greefkes

Kee en Frits

Piet Paaltjens

Hoe geluk verschillend wordt geïnterpreteerd blijkt wel uit dit gedicht van Piet Paaltjens. Zelf heb ik andere associaties met geluk, maar wellicht dachten Kee en Frits daar anders over. Bovendien kan men van Frits niet zeggen dat zijn einde aan de bitter te wijten was en dat water ook zeer ongezond kan zijn.

Zij heette Kee. Hij noemt zich Frits.
Zij zat wat scheel. hij liep mank.
Een englenpaar. Maar zij erg bits,
En hij verschriklijk aan de drank.

Ze woonden in een lekke schuit
Als twee marmotjes in hun hol.
Geregeld schold zij hem de huid
En dronk hij zich met bitter vol.

De tijd vliegt snel, vooral wanneer
De liefdes ’s levenszuur verzoet.
hun koopren bruiloft kwam dus, eer
Het minnend paar het had vermoed.

In zijn verrassing leegde hij
Reeds ’s morgens vroeg zijn tweede fles;
En van weeromstuit raasde zij
In eens wel voor een week of zes.

Doch ziet terwijl de teedre bruid
Haar eedle bruidegom en heer
nog streelde zonk opeens de schuit
Tot op de boom der stadsgracht neer.

Het water stroomde ‘t roefje in
En vulde in een ommezien
Frits’ lege fles, zijn gemalin,
En ook hem zelve bovendien

Toen taald’ hij naar geen drinken meer
En Keet hield voorgoed de mond,
Dat was voor de allereerste keer
In hun gelukkig echtverbond

bron: Snikken en Grimlachjes
Uitgever: N.V.Uitgeversmij Oceanus" Den Haag


Luister hier naar "Kee en Frits"