Poëtisch Liedgenootschap
"Tot Innerlijk Bloei"

Poëzie en volksrijmen getoonzet en gezongen door Anton Greefkes

DE KOORTSDROOM

Een gedroomde dood

F. Greefkes

 

En met ziekte is het bijna hetzelfde, waarom wordt de ene wel ziek en de andere niet. Toen in januari 1945 de vlektyfus uitgebrak, maakte deze ziekte in ieder geval geen die geen onderscheid tussen gevangenen en bewakers. De Duitse regering had wel andere dingen aan zijn hoofd dan een vlektyfus epidemie in een gevangenis. De aandacht van de regering was om een andere reden op Siegburg gericht, de geallieerde opmars! Daarom sloeg de ziekte hard toe in de gevangenis, het was zo erg dat er onvoldoende gezonde mensen waren om de doden uit de cellen weg te halen zodat de doden aan hun benen de cel werden uitgesleept.

Ik had ook vlektyfus en lag met hevige koorts op bed en had een droom, een koortsdroom.....

Als passagier achterop een Harley Davidson die rustig over een smalle, eindeloze weg naar het licht reed. De weg was niet breder dan een halve meter. Aan beide zijden was een afgrond. Daarin waren mensen, die elkaar vertrapten en zich kwaad maakten om hun lot. Het was een gekrioel van mensen als in een wurmenbak. Maar de pogingen van de mensen zich zo te redden werd juist hun ondergang.

Ik zie de bestuurder van de motorfiets niet steek mijn hand uit om iemand proberen te redden. Dan bevind ik me temidden van de ongelukkige.
Nu ben ik zelf óók een verworpene, maar gelukkig grijp ik bijtijds de slip van de bestuurder zijn jas en zit ik weer achterop de motor. Opgelucht haal ik adem. Wat was ik bang, mijn hart sloeg over van angst, maar het is al weer goed en mijn hart slaat in het ritme van het geluid van de motor.
Als ik dan alleen maar even kijk naar de mensen in de afgrond dan ben meteen weer een van hen. Maar de herinnering aan "zijn woord" brengt me weer terug op de weg waar geen begin en geen eind aan is.
Nog een keer probeer ik een goed woordje voor ze te doen, maar ook dat doet mij tussen hen in belanden.