Poëtisch Liedgenootschap
"Tot Innerlijk Bloei"

Poëzie en volksrijmen getoonzet en gezongen door Anton Greefkes
Welkom! Pagina 1 Pagina 2 Pagina 3 Pagina 4 Pagina 5 Pagina 6 Pagina 7 Pagina 8 Pagina 9 Pagina 10

De marskramer

een vertelling van:

Anton Greefkes

De dwerg gooide nog wat hout op het vuur. "Eerst de koffie, dan praten we verder".
Zwijgend dronken we onze koffie op, alleen het knappen van het vuur en het razen van de wind door het struikgewas verbrak de stilte. Ik vroeg me af hoe het verder moest. Dat kereltje had het over een opdracht gehad. Hij moest weer denken, aan wat mensen in het dorp hem verteld hadden. Zou dit ventje erachter zitten, dat zou hem dan niet verbazen.
Als die opdracht werkelijk wat met de verdwijningen te maken heeft, vond hij dat geen prettig idee.
Maar ach, misschien haal ik voor niets van alles in mijn hoofd. Dacht dat ventje nou werkelijk dat ze naar deze plek terugkwamen. Die waren gewoon verder gegaan, tenzij....
Nou ja ik zou wel horen en me van de domme houden.

"Dus ik kan hier vannacht wel blijven", probeerde ik, "dan vertrek ik morgen vroeg wel weer, want het volgende dorp is zeker nog een dag gaans ."
"Je kan naar je dorp gaan, maar niet voor je mijn opdracht hebt uitgevoerd", zei de Dwerg"
Het is een gevaarlijke opdracht, maar maak je geen zorgen, als je de opdracht volbrengt zal ik je rijkelijk belonen.
Steels keek ik nog eens in de richting vanwaar ik gekomen was.
De dwerg scheen mijn gedachten te raden en schudde het hoofd.
"Nee, het pad is er niet meer, je kunt hier niet meer weg als ik dat niet wil. Je kunt alleen hier vandaan, als het gaat om de opdracht die ik je geef"
Ik begreep dat ik weinig keus had.
"Wat is die opdracht dan?" vroeg ik.
"Als je nog wat hout op het vuur gooit en nog koffie inschenkt voor het koud wordt, dan zal ik je vertellen waarom en hoe je de opdracht moet uitvoeren".
Ik deed wat mij werd gezegd en nam nog een slok van mijn koffie.