Poëtisch Liedgenootschap
"Tot Innerlijk Bloei"

Poëzie en volksrijmen getoonzet en gezongen door Anton Greefkes
Welkom! Pagina 1 Pagina 2 Pagina 3 Pagina 4 Pagina 5 Pagina 6 Pagina 7 Pagina 8 Pagina 9 Pagina 10

De marskramer

een vertelling van:

Anton Greefkes

"Op een kwade dag stond een kind voor de toegang van de schatkamer te huilen. Snikkend vertelde het kind mij, zijn moeder te zijn kwijt geraakt.
Ik vroeg het kind hoe zijn moeder heette, het gaf daar geen duidelijk antwoord op, maar ik dacht dat het kwam omdat het kind buiten zichzelf was vanwege het kwijtraken van zijn moeder. Mijn poging het kind te troosten had succes.
"Op een kwade dag stond een kind voor de toegang van de schatkamer te huilen. Snikkend vertelde het kind mij, zijn moeder te zijn kwijt geraakt. Ik vroeg het kind hoe zijn moeder heette, het gaf daar geen duidelijk antwoord op, maar ik dacht dat het kwam omdat het kind buiten zichzelf was vanwege het kwijtraken van zijn moeder. Ik probeerde het kind te troosten en dat lukte natuurlijk.
Het leek zo'n schattig kind, maar ik wist niet dat ik een slang koesterde.
De onbevangenheid die het kind uitstraalde, bracht het kind in mij weer tot leven en argeloos.
Honderd uit vroeg het kind, wie ik was en wat ik deed. Ik vertelde dat ik de schatten van het Noordland bewaakte èn voegde ik er vol trots aan toe, ook het Zwaard van Dworkskil.
Het kind vroeg mij of hij het Zwaard mocht zien want zijn moeder had hem daar zoveel over verteld.
Ik bezweek voor de kinderlijke onschuld, alle listen had ik doorzien, maar deze niet, en liet hem de schatkamer zien, terwijl dat toch nadrukkelijk verboden was, maar ik was betoverd door de Dienaar en kon geen weerstand aan hem bieden, ik wist immers niet dat hij de gedaante van een kind had aangenomen.
"Ach wee mij!" riep de Dwerg uit.
De dwerg zweeg en keek peinzend in het vuur.
Ik gooide nog wat hout op het vuur en had het waarachtig met 'm te doen. Gespannen
wachtte ik wat het mannetje nog meer te vertellen had, hoewel ik kon raden hoe het zou aflopen.
"Ik liet het kind ook het Zwaard zien en ik kon geen weerstand bieden toen het kind mij vroeg het Zwaard even te mogen vasthouden.
"O, oo, ach wee mij schreeuwde de Dwerg plotseling uit, "hoe heb ik dat ooit kunnen doen! Ik was betoverd en zag het gevaar niet en gaf het kind het Zwaard"!