Poëtisch Liedgenootschap
"Tot Innerlijk Bloei"

Poëzie en volksrijmen getoonzet en gezongen door Anton Greefkes
Welkom! Pagina 1 Pagina 2 Pagina 3 Pagina 4 Pagina 5 Pagina 6 Pagina 7 Pagina 8 Pagina 9 Pagina 10

De marskramer

een vertelling van:

Anton Greefkes

Misschien zou Skuk onvoorzichtig worden, want hebzucht mocht dan een slechte eigenschap zijn, eigenwaan kon er ook mee door.
Die eigenwaan kon ik wel begrijpen als ik om me heen keek en al die menselijke resten zag. Hoeveel kans had ik? Maar het viel te proberen. Ik hield op met spelen "Há. hé, jij bovenmaatse hagedis, zou je me niet verscheuren"?!
Skuk deed een uitval: "Jij uitvaagsel", brulde hij, "hoe durf je me te tarten"!
Maar ik begon alweer te spelen en daar ging de draak weer, wiegend op de toverklanken.
Je stinkt behoorlijk uit je bek, volgens mij heb je verkeerde eetgewoontes", riep ik. En zo ging ik het hele eiland in het rond en nog eens en weer en telkens weer opnieuw
Ik daagde Skuk uit, en liet hem alle kanten van het eiland zien. Het monster werd kwader en kwader en verhief zich uit de poel, vervaarlijk zwaaiend met zijn drakenstaart. Zijn toch wel reusachtige vleugels veroorzaakte zoveel wind dat het stof mij in de ogen waaide en kleinere botten van hun plaats bracht. Zolang ik speelde kon Skuk niets anders doen dan machteloos wiegen en schelden. Stopte ik echter, dan werden zijn uitvallen steeds doldriester en waren veel sneller dan je van zo'n groot monster zou verwachten. Het scheelde soms ook weinig of ik was er geweest.
Ondertussen voelde ik dat mijn plan kon slagen en liep al treiterend en fluitend in de richting van zo'n puntige boomfossiel. Skuk hing klapwiekend boven mij. Wiegend op de muziek.
Langzaam liep ik achterwaarts naar de boom.
Bijna was ik er, toen gleed mijn linkervoet weg over een steen of bot en viel ik ruggelings achterover. Mijn hoofd kwam met een klap tegen de boomstronk en ik bleef versuft liggen.Ik begreep dat mijn laatste uur geslagen had want de fluit vloog uit mijn hand en viel buiten mijn bereik op de grond.
Skuk zag zijn kans schoon en liet een overwinningskreet horen, die ver over het meer galmde. "Nu heb ik je ongelukkige", brulde hij, en stortte zich in blinde woede op mijn gestalte.
Maar in zijn razernij was Skuk de boom vergeten en spietste zich met zijn wijd opengesperde muil op de boom. De punt van de boom boorde zich dwars door zijn afschuwelijke kop heen.
Juist op tijd kwam ik weer bij mijn positieven, sprong overeind en maakte me snel uit de voeten.Gelukkig maar, anders was ik alsnog verpletterd onder het enorme lichaam van de draak.
Het groene drakenbloed stroomde uit de wijd open gesperde muil en met nog wat gerochel verdween het laatste leven uit Skuk.