Poëtisch Liedgenootschap
"Tot Innerlijk Bloei"

Poëzie en volksrijmen getoonzet en gezongen door Anton Greefkes
Welkom! Pagina 1 Pagina 2 Pagina 3 Pagina 4 Pagina 5 Pagina 6 Pagina 7 Pagina 8 Pagina 9 Pagina 10

De marskramer

een vertelling van:

Anton Greefkes

Haa", riep ik, "kom dan maar hier, dan zal ik je hiermee kietelen", en ik stak het zwaard in de richting van de Dienaar.
"Ja", gilde de Dienaar ," je bent een schurk, je hebt Zwaard ook nog gestolen". "Ho, ho", zei ik spottend, "ik heb hem gekregen, weliswaar nadat ik Skuk had gedood, maar eerlijk is eerlijk, eens gegeven, blijft gegeven". Opeens was de Dienaar verdwenen, met een snelle beweging draaide ik me om en zag een afschuwelijke vreemde vogel voor me staan. "De Griffioen" dacht ik.
"Hier met het zwaard", krijste de lelijkerd.
"Hier heb je het", zei ik en deed een stap naar voren.
Het Zwaard trof de Dienaar dodelijk, zoals de Dwerg gezegd had. Daar lagen zij dan Skuk en zijn Dienaar en ik had hen overwonnen. Na nog een blik op het levenloze tweetal te hebben geworpen liep ik snel naar de roeiboot, ik ging maar liever weg voor ze nog erger begonnen te stinken. Bovendien zij mochten zich eens bedenken en besluiten verder te leven, je weet het nooit met zulke lui.
De boot lag gelukkig zoals de Dienaar hem had achtergelaten. Ik stapte in de boot en roeide met krachtige slagen weg. Weg van het eiland, dat al snel in de mist verdween. Verwonderd zag ik dat de zon nog steeds boven het eiland stond. Of de tijd was blijven stilstaan, maar ik gunde mij geen tijd voor bespiegelingen. Het Zwaard lag aan mijn voeten en ik kon er amper mijn ogen van afhouden. Wat was ik trots en vooral opgelucht, dat het allemaal zo was afgelopen
Al spoedig bereikte ik de oever en begon aan de terugtocht door het moeras. Het laat zich raden dat de tocht mij lichter afging dan mijn heenreis. Mijn tred was licht en ik voelde mij onoverwinnelijk. Wilde ik dat zwaard nog wel teruggeven aan de Dwerg? Ik wist het niet.

De Dwerg zat nog steeds bij het vuur en was blij verrast toen hij de Marskramer weer in de verte zag aankomen.
Hij sprong op. Wat was hij blij. Het Zwaard was weer terug, het was deze mens dan toch gelukt het Zwaard aan Skuk te ontfutselen. Zijn schuld was ingelost, de vloek voorbij. Hoe het allemaal verder zou gaan was nu niet zo belangrijk, maar hij hoopte dat hij nu van taak verlost was en rustig kon sterven.
Toen de Marskramer dichterbij was gekomen riep de Dwerg opgetogen: "Eindelijk de vloek opgeheven", Tranen van blijdschap biggelden over zijn wangen. "Ik zal je werkelijk rijk belonen Marskramer!"
"Vertel! Wat is er gebeurd?"