Poëtisch Liedgenootschap
"Tot Innerlijk Bloei"

Poëzie en volksrijmen getoonzet en gezongen door Anton Greefkes
Welkom! Pagina 1 Pagina 2 Pagina 3 Pagina 4 Pagina 5 Pagina 6 Pagina 7 Pagina 8 Pagina 9 Pagina 10

De marskramer

een vertelling van:

Anton Greefkes

Ik verstijfde want de rots begon te schudden en weg te zinken in het moeras. Ik zag dat het deurtje in de rotswand nog openstond en vluchtte in paniek naar binnen.. Onmiddellijk sloot de deur zich achter mij en ik bevond mij een in een grote ruimte. Verlicht in een diffuus licht en in dat licht glinsterden duizenden diamanten en edelstenen. In het midden van de ruimte stond de met diamanten afgezette standaard. Ik bedacht me dat dit de standaard voor het Zwaard van Dworfskil moest zijn. Zo snel mogelijk zette ik het Zwaard in de standaard, misschien kon ik daarmee het noodlot keren.
Maar het was te laat.
Ik voelde de rots steeds verder weg zinken in het moeras. Moedeloos ging ik in de grote zetel zitten, van de bewaker van het Zwaard. Ik begreep dat ik nu het Zwaard van Dworfskil, het Zwaard van de Marskramer mocht noemen. Dat de schatten van Dworfskil van mij waren. Maar ik had niemand om mijn rijkdom mee te delen en niemand die afgunstig was om vanwege mijn rijkdom.
En ik had het eeuwige leven, maar wat had ik daar nu aan.

Nog altijd denk ik terug aan de tijd dat ik met mijn zware handel door de wereld trok. Een handel die misschien niet genoeg had opgebracht om van te blijven leven. maar één zekerheid had ik gehad. Ik was gestorven. Ik zucht..........