.
Poëtisch Liedgenootschap
"Tot Innerlijk Bloei"

Poëzie en volksrijmen getoonzet en gezongen door Anton Greefkes

Jan van Nijlen

1884 – 1965

Jan Van Nijlen werd te Antwerpen geboren op 10 november 1884.
Na de lagere school volgde hij de humaniora aan het Jezuietencollege te Antwerpen.

Na het beëindigen van zijn studies was hij achtereenvolgens bediende, corrector en journalist. Deze laatste functie vervulde hij bij het Antwerpse franstalige dagblad "La Métropole". Hij huwde in 1911 en kreeg twee kinderen.
Tijdens de eerste wereldoorlog verbleef hij in Nederland. Na de oorlog verhuisde hij naar Brussel waar hij op de vertaaldienst van het Ministerie van Justitie werkte tot hij er in 1949 als directeur werd op rust gesteld.

Jan Van Nijlen debuteerde onder het pseudoniem Jan van Leenen met de bundel "Verzen" in 1906. Hij werkte mee aan "Dietsche Warande en Belfort", "Vlaamsche Arbeid", "Nieuw Leven", "De Boomgaard", "De Tijdspiegel", "Elseviers Maandschrift", "Groot-Nederland".
Jan Van Nijlen was gekend om zijn bescheidenheid die zich weerspiegelde in zijn werk, dat kan omschreven worden als "de poëzie geworden eenvoud". Zijn poëzie is gekenmerkt door een romantische gevoeligheid met als thema's: de jeugd, de droom, het verlangen.
Hij publiceerde ook verschillende essays, waaronder een uitvoerig over "Baudelaire" (1909).
In 1955 ontving hij de vijfjaarlijkse Staatsprijs voor Letterkunde en in 1963 de Constant Huygensprijs.

Jan Van Nijlen overleed te Ukkel op 14 augustus 1965.