Poëtisch Liedgenootschap
"Tot Innerlijk Bloei"

Poëzie en volksrijmen getoonzet en gezongen door Anton Greefkes

Papagaaiendeuntje

E.J. Potgieter

In zijn ‘Journael ofte Gedenckwaerdige beschrijving van de O.I. Reyse’verteld Willem Ysbrandtsz. Bontekoe (1587- na 1630) hoe hij eens, in het nauw gebracht door enkele inwoners van Sumatra,
zich uit de moeilijkheden wist te redden door enkele liederen te zingen;
de inlanders waren stomverbaasd en deden hem geen kwaad.
Potgieter maakte over dit voorval een gedicht en laste er een aantal liederen in die Bontekoe zogenaamd zou hebben gezongen.

Anton Greefkes heeft op 22 april 2004 dit gedicht getoonzet en gezongen

Wat leidde ik toch een leven,
Het prinsjen van de buurt
Mijn stok is bruin gewreven,
Mijn kooi is glad geschuurd,
En ik kan klontjes krijgen,
Voor ‘t praten en voor ‘t zwijgen,
Ai! Lorretjen,
Kaporretjen
Kapoe, kapoe, kapoe,
Houd mij je bekje toe!

En zou ik mij dan storen
Aan ‘t smalen van dien knaap,
Die steeds iets nieuws wil horen,
die mij uitscheldt voor aap,
En mij zoo graag zou dwingen,
een eigen lied te zingen?
Neen, Lorretjen,
Kaporretjen
Kapoe, kapoe, kapoe,
Is daar te snugger toe!

Ik ken wel mijns gelijke,
Die wandelen over straat,
Die met een degen prijken
Die zitten in de raad;
Zij kregen ‘t beste hapjen,
door krek te doen als Papjen.
Een Lorretjen,
Kaporretjen,
Kapoe, kapoe, kapoe,
Waar past die al niet toe?

uit: Verpreide en nagelaten Poëzy
H.D. Tjeenk Willink, Haarlem E. J. Potgieter


Luister hier naar "Het papagaaiendeuntje"