Moord van Raamsdonk

Van deze gebeurtenis in de 19de eeuw, (misschien waar gebeurt) zijn veel versies in omloop geweest. Naar verluidt negen en negentig versies waarvan de langste negen en negentig versen had!
Of dat ook waar is, daar durf ik mijn hand niet voor in het vuur te steken, maar het is wel leuk om het te vermelden!(net geen honderd van allebei)
Mijn vader zong vroeger ook regelmatig dit lied.
Wat ik als kind altijd prachtig vond, vooral de regel "en onze kleine Jan de jonge guit, zwom in zijn eigen bloed de voordeur uit!"
Daaom heb ik de tekst van het derde vers van dit zoals ik dit in de Prisma pocket "Straatmadelieven" bijeengezocht door Tjaard W de Haan op dit punt aangepast, waar sprake is van een jonge dochter haast een bruid (even gruwelijk).
Maar ja, je bent eigenwijs of niet.
Omdat ik de melodie zoals mijn vader die zong niet meer goed herinnerde, heb ik er maar zelf een melodie bij gemaakt.

Komt vrienden luistert naar mijn lied
Van wat er te Raamsdonk is geschied
Daar woonde eens een man en een vrouw
Die waren melkander zeer getrouw
De man was een grote sok
Die van het minste geritsel schrok
De vrouwdat was een grote tang
en voor het huw'lijk heel niet bang

Vivaralala, vivaralala, is dit nu geen drama!

Die mensen nu die hadden wat geld,
Dat was aan de moordenaars verteld
Ze kwamen in het midden van de nacht
Daar lagen de dieven op de wacht
En toen iedereen naar bed was gegaan
Klommen de schurken door 't WC-raam
De vrouw die werd van het bed gesleurd
En in de volle lengte doorgescheurd
refrein:

De man die riep:" O, God, o God
Ze maken ons allemaal kapot
De moordenaars overgoten hem
Helemaal met petroleum
Ze staken hem toen in de brand
en maakten hem aldus van kant
En kleine Jan de jonge guit,
Zwom in zijn bloed de voordeur uit.
refrein:

De schout van Raamsdonk lang niet mis
Greep ze in hun verdommenis,
De zaak die kwam voor het gerecht
De moordenaars die ter dood gezegd
De rechter sprak:" Tot ieders verlangen
zullen de moordenaars moeten hangen
de schurken werden wit om hun bek
Zij voelden de strop al om hun vuile bek
refrein:

Ze kwamen bevend op het schavot
en smeekten:"Beul, maak het toch kort"!
De beul die trok het trapje weg
Toen kreetten de moordenaars:"Och Kech!!"
En nu vrienden tot besluit,
is dit vreemde mopje uit.
want wat er verder is geschied
Dat weet ik wel maar ik zeg het niet!
refrein:


Luister hier

Muziek Anton Greefkes