Poëtisch Liedgenootschap
"Tot Innerlijk Bloei"

Poëzie en volksrijmen getoonzet en gezongen door Anton Greefkes

Annie M.G. Schmidt

Kapelle, 20 mei 1911 – Amsterdam, 21 mei 1995

Annie M.G. Schmidt
Schmidt was de dochter van Johannes Daniël Schmidt, sinds 1909 predikant in Kapelle, en Geertruida Maria Bouhuijs. Ze werkte aanvankelijk als bibliothecaresse in Amsterdam en Vlissingen. Na de Tweede Wereldoorlog werkte ze in 1946 als documentaliste en later, tot 1958, als redactrice bij de Amsterdamse krant Het Parool.

Schmidt had vanaf 1950 een relatie met de chemicus Dick van Duijn, die al getrouwd was en niet is gescheiden.[2][3][4] Met hem kreeg ze een zoon Flip, die in haar latere werk regelmatig zou meespelen. Met Van Duijn woonde ze vanaf 1954[5] beurtelings aan de Côte d'Azur en in Berkel en Rodenrijs. Voor haar bleef Amsterdam de plek waar ze het liefste was. Na Dicks zelfgekozen levenseinde in 1981 ging ze in 1982 wonen aan de Vossiusstraat in Amsterdam.

In 1991 stopte ze met schrijven na haar laatste, slecht ontvangen, toneelstuk We hebben samen een paard. Ze was inmiddels vrijwel blind. Na een val in januari 1994 en als gevolg daarvan een heupoperatie en revalidatie, besloot ze een aantal zaken rondom haar levenseinde zelf in de hand te nemen. Ze maakte afspraken met haar huisarts die op de hoogte was van haar ideeën over euthanasie. Schmidt verzocht Harry Bannink de begrafenismuziek te schrijven: "Harry moet een mooie medley maken, met liedjes van hem en mij zoals In een rijtuigie en Op een mooie pinksterdag en dat moet dan in iets klassieks overgaan. Toen ik alles had besproken dacht ik: ik had eigenlijk nu wel een feestje verdiend waar ik wel bij was." In de vroege ochtend na haar 84ste verjaardag maakte ze een einde aan haar leven. Ze is begraven op de Amsterdamse begraafplaats Zorgvlied.

Lees hier meer over Annie M. G. Schmidt