Schoenlappers klacht

René de Clercq

"Wat kan een mens veranderen in de loop van jaren"!
peinst Lapper Chrispijn terwijl hij de naald net even harder door het stugge leer priemt.
"Tsjees! ", roept hij uit, terwijl hij in een snelle beweging zijn vinger naar de mond
brengt om een druppeltje bloed op te likken
en denkt boos:

De schoentjes gaan er met paren,
En jammer, de mensen ook.
‘t Verstand komt niet voor de jaren.
De liefde? Wat vuur en wat rook!
Ach wisten ‘t de vliegende gaaien,
Zij werden ‘t vrij leven niet moe.
Ik zitte mijn schoentje te naaien,
En trekke mijn draadje toe.

Hoe groeide uit dat lustig Grietje,
Die knorrige, dolle katijf?
Een lief als hemelbietje!
En nu zoo duivels wijf!
Vandaag als de winden aan ‘t waaien;
En morgen ba noch boe.
Ik zitte mijn schoentje te naaien,
En trekke mijn draadje toe.

Wat heb je aan pinten, die pijpen?
Neem liever een druppel, een dop1)
Ei, moet -je dat elsen weer slijpen?
Jees-Christus, wat eeuwig geklop!
Ik mag mij roeren noch draaien.
‘t Is al verkeerd wat ik doe.
Ik zitte mijn schoentje te naaien,
En trekke mijn draadje toe.

Nu zit ze passie te preeken,
Bij Anneken van den gebuur,
En lapper, geen woordje te spreken,
Is ‘t eten te zout of te zuur.
Straks komt zij mij kozen en aaien,
Of zoeken naar bezem of roe.
Ik zitte mijn schoentje te naaien,
En trekke mijn draadje toe.

Weet iemand – daar valt mij alweder
Dat schoenmakersraadselken in,
‘t Verschil tusschen wijven en leder
Voor mij is het klaar gelijk tin
De wijven zijn vellen van haaien,
En leder is vel van een koe.
Ik zitte mijn schoentje te naaien,
En trekke mijn draadje toe.

1) snuifje
bron: Gedichten
Uitgever: S. L. van Looy Amsterdam


Luister hier naar de "Klacht van de schoenlapper"